De vier beesten die je luizenprobleem gratis oplossen

Er loopt in juni een klein leger door je tuin dat niets kost, niet gespoten hoeft te worden en geen bijsluiter heeft. Het probleem is dat je het meestal niet herkent, en dat je er daardoor met enige regelmaat op trapt.

Vier soorten doen in een Nederlandse tuin vrijwel al het werk. Alle vier zien ze er in hun nuttigste levensfase uit als iets waar je vanaf wilt.

1. Het lieveheersbeestje, maar dan de larve

Het kevertje met de stippen kent iedereen. Wat bijna niemand herkent is zijn larve, en dat is precies degene die het werk doet: een larve eet er in drie weken vierhonderd tot zeshonderd, terwijl de volwassen kever op een fractie daarvan zit.

Die larve is langwerpig, twee tot acht millimeter, grijszwart met oranje of gele vlekken, met duidelijke pootjes en een beetje het silhouet van een miniatuurkrokodil. Het lijkt in niets op een lieveheersbeestje en wordt daarom massaal doodgedrukt.

Zie je ze op een aangetaste scheut, dan hoef je verder niets te doen. Ze zijn er precies omdat er voedsel is.

2. De zweefvlieg, die op een wesp lijkt maar niet steekt

Het zwevende geelzwarte vliegje dat stil in de lucht kan hangen boven een bloem. Het bootst een wesp na om met rust gelaten te worden; het heeft geen angel.

De volwassen zweefvlieg eet nectar en doet zelf niets tegen luizen. Zijn larve wel, en hoe: een pootloos, doorschijnend groenig of bruinig madenachtig wezentje dat tastend over het blad beweegt en zo n achthonderd luizen opeet voordat het verpopt.

Het moederdier legt haar eitjes alleen waar al luizen zitten, maar ze moet eerst nectar hebben. Vandaar de belangrijkste maatregel verderop: zorg dat er iets bloeit.

Zweefvlieg die boven een open bloem hangt, met geelzwarte tekening als een wesp
De zweefvlieg lijkt op een wesp en heeft geen angel. Zij eet nectar; haar larve eet er zo n achthonderd luizen. Vandaar: zorg dat er iets bloeit.

3. De gaasvlieg, met de mooiste naam en het grofste gedrag

Een fragiel lichtgroen insect met doorzichtige geaderde vleugels en gouden ogen, dat s avonds op verlichte ramen afkomt. In de volksmond de goudoog.

Ook hier doet de larve het werk, en die heeft een bijnaam die alles zegt: bladluisleeuw. Een bruin, platgedrukt beestje met vooruitstekende kaken, goed voor tweehonderd tot vijfhonderd luizen in zijn larvale leven. Sommige soorten plakken de lege huidjes van hun slachtoffers op hun rug als camouflage, wat ze op wandelende pluisjes doet lijken.

Gaasvliegen overwinteren als volwassen dier in schuurtjes, dood hout en holle stengels.

4. De sluipwesp, die je aan de lijken herkent

Deze zie je nooit; hij is een tot drie millimeter groot. Wat je wél ziet zijn de gevolgen, en die zijn onmiskenbaar.

Het wespje legt één eitje in een levende bladluis. De larve eet die van binnenuit op, en wat overblijft is een opgeblazen, leerachtig, goudbruin bolletje dat aan het blad vastgeplakt zit. Dat heet een mummie. Zit er een rond gaatje in, dan is het volgende wespje er al uit vertrokken.

Zie je mummies tussen je luizen, dan is de kolonie feitelijk al verloren voor de luizen. Spuit dan zeker niet meer — je zou de wespjes doden die binnenin nog aan het werk zijn.

En de vogels

Een koolmezenpaar met jongen haalt in het broedseizoen enorme aantallen insecten uit de tuin, waaronder bladluis, al gaat het ze vooral om rupsen. Een nestkast is dus nuttig, maar reken er niet op als je luizenplan.

Lieveheersbeestje op een blad in de tuin

Waarom ze altijd te laat lijken te komen

Dit is de kern van de zaak, en het verklaart waarom mensen toch gaan spuiten.

Bladluizen vermeerderen zich zonder paring en baren levende jongen die al zwanger geboren worden. Hun roofvijanden moeten de normale weg volgen: partner zoeken, eitjes leggen, larven laten uitkomen. Dat kost twee tot drie weken.

Er zit dus structureel een vertraging van twee à drie weken tussen de piek van de luizen en de piek van hun vijanden. Precies in dat gat raken mensen in paniek. Wie die twee weken uitzit, ziet de kolonie instorten; wie spuit, haalt de vertraging weg maar ook de oplossing.

Hoe je ze binnenhaalt

  • Zorg dat er iets bloeit, van maart tot oktober. Zweefvliegen en gaasvliegen leven van nectar en stuifmeel. Schermbloemigen zijn favoriet: dille, venkel, koriander, wilde peen. Laat een paar kruiden doorschieten en je hebt ze.
  • Laat in de winter stengels staan. Holle stengels en een bladhoop zijn de overwinteringsplek. Zie tuin winterklaar maken.
  • Accepteer een beginnende kolonie. Zonder luizen geen roofinsecten. Een tuin die in mei volledig luisvrij is, heeft in juli geen verdediging.
  • Houd mieren in de gaten. Die verdedigen de luizenkolonie actief tegen precies deze vier soorten.
  • Spuit niets breedwerkends. Zie bladluis bestrijden voor de volgorde die ze ongemoeid laat.

Wat je in de winter voor ze doet

De belangrijkste maatregel valt niet in mei maar in november, en het is vooral een kwestie van iets níet doen.

  • Laat holle stengels staan. Gaasvliegen en veel andere nuttige insecten kruipen erin. Knip vaste planten pas in maart terug, niet in oktober.
  • Laat een bladhoop liggen in een hoek of onder een heg. Lieveheersbeestjes overwinteren onder blad en in strooisel. Waar blad wel en niet mag blijven staat in bladeren opruimen.
  • Ruim dood hout niet allemaal op. Een takkenhoop van een halve kubieke meter is een complete overwinteringsplek.
  • Maai niet alles kort de winter in. Een strook ruig gras langs de rand doet meer dan welk insectenhotel ook.

Over die insectenhotels: de gekochte exemplaren met bamboestokjes zijn vooral voor solitaire bijen. Voor lieveheersbeestjes en gaasvliegen werkt een bladhoop aanzienlijk beter, en die kost niets.

Kopen of laten komen?

Je kunt larven van lieveheersbeestjes en gaasvliegen bestellen. Voor een kas of serre is dat zinvol, want daar komen ze niet vanzelf binnen.

In een open tuin is het zelden de moeite: wat je uitzet vliegt weg zodra het voedsel op is, en de soorten die vanzelf komen doen hetzelfde gratis. Het geld is beter besteed aan een zakje bloemenmengsel.

Wat één zweefvlieg waard is

Een zweefvlieglarve eet ongeveer 800 luizen. Een lieveheersbeestjeslarve 400 tot 600. Een gaasvliegenlarve 200 tot 500.

Een middelgrote kolonie op een rozenscheut telt een paar duizend exemplaren. Drie of vier larven ruimen die dus in een week op, zonder dat jij iets doet, en zonder dat er iets terugkomt — want zij blijven waar het voedsel is.

Een zakje met een bloemenmengsel voor schermbloemigen kost rond € 3,00 en trekt ze het hele seizoen aan. Dat is de goedkoopste luizenbestrijding die er bestaat.

Wat je vooral niet moet doodslaan

Onthoud de vier vormen en je bent er: een grijszwart krokodilletje met oranje vlekken, een pootloos doorschijnend madetje, een bruin plat beestje met kaken, en goudbruine opgeblazen bolletjes die vastzitten aan het blad. Geen van de vier ziet eruit als een vriend, en alle vier zijn ze het.

Meer lezen bij

Cristian Soto
Geschreven door
Cristian Soto

Cristian Soto schrijft over tuinieren, moestuinen en klussen in en om het huis. Hij bouwt de rekenhulpen op deze site zelf en test elke berekening met echte maten uit zijn eigen tuin voordat die online gaat. Zijn uitgangspunt: uitleggen in gewone taal wat andere sites vaag laten.

Plaats een reactie