Tomaten in de kas geven in Nederland een betrouwbaarder resultaat dan tomaten buiten, en dat komt door één ding: het blad blijft droog. De aardappelziekte, die buiten in een natte augustus een heel gewas kan wegvagen, heeft onder glas veel minder kans.
Daar staat tegenover dat je elke dag moet luchten, en dat er boven een bepaalde temperatuur simpelweg geen vruchten meer komen.
Wat je wint
| Buiten | Onverwarmde kas | |
|---|---|---|
| Uitplanten | Na 15 mei | Half april |
| Eerste oogst | Eind juli | Begin juli |
| Laatste oogst | Half september | Eind oktober |
| Trossen per plant | 4 à 5 | 6 à 8 |
| Aardappelziekte | Reëel risico | Klein risico |
| Opbrengst per plant | 2 tot 4 kg | 4 tot 6 kg |
De laatste rij is het hele argument. Een kas verdubbelt grofweg de opbrengst per plant, en dat komt vooral door die extra maanden aan de achterkant van het seizoen.
Boven de dertig graden stopt het
Dit is het belangrijkste dat je over tomaten onder glas moet weten, en het verklaart de meeste teleurstellingen.
Bij temperaturen boven ongeveer 30 graden wordt het stuifmeel onbruikbaar. De bloem valt af zonder vrucht te zetten. Je ziet een plant die er prima uitziet, volop bloeit, en waar niets aan komt.
In een dichte kas is 35 graden in juli geen uitzondering maar de regel. Vandaar:
- Lucht vanaf vijftien graden, deur én raam. Alleen bovenin luchten geeft geen doorstroming op planthoogte.
- In juli en augustus de hele dag open, en bij hitte ook ’s nachts.
- Schaduwdoek of krijtwit vanaf half juni bij een kas op het zuiden.
- Een bak water in de kas dempt de schommeling wat.
De ideale marge is 18 tot 26 graden. Daaronder groeit hij traag, daarboven zet hij niet.
Bestuiving: trillen, niet kwasten
Een tomatenbloem is tweeslachtig en bestuift zichzelf — maar het stuifmeel moet wel loskomen, en daar is beweging voor nodig. Buiten doet de wind dat. In een gesloten kas gebeurt er niets.
Het gevolg: bloemen die afvallen zonder vrucht.
Wat je doet: tik elke ochtend met je vinger tegen de bloeiende trossen, of schud even aan de steundraad. Een paar seconden per plant. Sommigen gebruiken een elektrische tandenborstel tegen de steel, en dat werkt uitstekend.
Dit is een ander verhaal dan bij aardbeien in de kas, waar je met een kwastje van bloem naar bloem moet. Bij tomaten gaat het alleen om trillen.
Deur open houden helpt ook: dan komen er hommels binnen, en die doen het werk precies goed.
Opbinden en dieven
Onder glas teel je aan één stengel. Dat is geen keuze maar noodzaak: er is geen ruimte en je hebt luchtcirculatie nodig.
Opbinden: bevestig een touw aan de nok en wind de plant er tijdens het groeien omheen, of bind om de twintig centimeter los aan een stok. Een plant met zes trossen weegt met vruchten een paar kilo.
Dieven: haal wekelijks de zijscheuten weg die in de oksels tussen stengel en blad groeien. Doe dat als ze een paar centimeter zijn, met je vingers, in de ochtend zodat de wond opdroogt. Laat je ze staan, dan krijg je een struik in plaats van een plant en komt er licht noch lucht bij.
Onderste bladeren weghalen tot aan de laagste tros zodra die kleur krijgt. Dat is het belangrijkste dat je voor de luchtcirculatie doet.
Toppen: knip half augustus de groeitop eruit, twee bladeren boven de bovenste tros. Wat er dan hangt rijpt nog af; wat daarna nog bloeit haalt het niet meer.

Water en luchtvochtigheid
Geef regelmatig en altijd bij de voet. Onregelmatig gieten is de directe oorzaak van gescheurde vruchten en van bloemrot — dat bruine, ingezonken plekje aan de onderkant.
Reken in juli op twee tot drie liter per plant per dag in de volle grond, en meer in een pot.
Nooit ’s avonds gieten en dan de kas dichtdoen. Vochtige stilstaande lucht in een warme kas geeft meeldauw op het blad en grijze schimmel op de vruchten. Giet in de ochtend.
Bemest vanaf de eerste tros om de week met tomatenmest: weinig stikstof, veel kalium.

Wat er onder glas vaker misgaat
De kas ruilt de aardappelziekte in voor een ander rijtje.
Bloemrot. Een bruine, ingezonken plek aan de onderkant van de vrucht. Bijna altijd onregelmatig gieten: de plant kan het kalk dan niet naar de vruchtpunt transporteren, ook al zit het genoeg in de grond. Het is dus zelden een tekort en meestal een gietfout. Haal aangetaste vruchten eraf en giet regelmatiger.
Gescheurde vruchten. Zelfde oorzaak: een droge periode gevolgd door veel water. De vrucht zet sneller uit dan de schil meegeeft.
Spint. Droge warmte is precies wat spintmijt zoekt, en dat heb je in een kas van mei tot september. Spikkelig geelgrijs blad en fijne webjes bij tegenlicht. Tegen spint helpt juist méér luchtvochtigheid: vernevelen, en de kas niet kurkdroog laten worden.
Witte vlieg. Kleine witte vliegjes die opstuiven als je het blad aanraakt. Gele vangplaten geven je zicht op de omvang; bij een echte plaag zijn sluipwespen de aangewezen route.
Groene kraag. Een harde gele of groene ring rond de kroon die niet rood wordt. Te veel zon op de vrucht, vaak na het weghalen van te veel blad. Laat wat blad boven de tros staan.
Vruchtwisseling in een kleine kas
Tomaten horen bij de nachtschadefamilie, net als aardappels, paprika en aubergine. Drie tot vier jaar wisselen is het advies, en in een kas van zes vierkante meter is dat ondoenlijk.
Twee werkbare uitwegen: in bakken telen met verse potgrond, of om de twee à drie jaar de bovenste dertig centimeter verversen in het vak waar ze stonden. Dat laatste is een middag werk en het lost precies het probleem op dat schuiven binnen een kleine kas niet oplost.
Zes planten in een kas van zes vierkante meter
Ruimte: ongeveer 2,5 m², bij 40 cm plantafstand in de rij. Dat is bijna de helft van de kas, van april tot oktober.
Oogst: 4 tot 6 kilo per plant is 24 tot 36 kilo. Buiten zouden diezelfde zes planten op 12 tot 24 kilo uitkomen, en met meer risico.
Het werk: dagelijks luchten van april tot oktober, wekelijks dieven, en in juli elke dag water. Het luchten is geen bijzaak — een week vakantie met de kas dicht in juli kost je de helft van je trossen.
Waar het onder glas op neerkomt
Lucht meer dan je denkt, want boven de dertig graden zet de plant geen vruchten. Tik elke ochtend tegen de trossen zodat het stuifmeel loskomt. Teel aan één stengel, dief wekelijks, haal het onderste blad weg en top half augustus. Giet in de ochtend bij de voet. Doe je dat, dan is een kas het verschil tussen twee en vijf kilo per plant.
Meer lezen bij
- Tips voor een insectvriendelijke tuin — Milieu Centraal
Cristian Soto schrijft over tuinieren, moestuinen en klussen in en om het huis. Hij bouwt de rekenhulpen op deze site zelf en test elke berekening met echte maten uit zijn eigen tuin voordat die online gaat. Zijn uitgangspunt: uitleggen in gewone taal wat andere sites vaag laten.