Aardbeien zijn het gewas waarbij het verschil tussen eigen tuin en winkel het grootst is. Een aardbei uit de supermarkt is geplukt toen hij nog wit was aan de onderkant, want anders overleeft hij het transport niet. Eén die je zelf rood laat worden aan de plant, smaakt aantoonbaar anders.
Daar komt bij dat het een meerjarig gewas is: je plant één keer en oogst drie jaar. Dat maakt de keuzes bij het planten belangrijker dan bij een gewas dat je elk voorjaar opnieuw zaait.
Junidragers of doordragers: de eerste keuze
Dit bepaalt wanneer en hoe je oogst, en het staat op het etiket.
| Junidragers | Doordragers | |
|---|---|---|
| Oogst | Drie tot vier weken in juni | Beetje bij beetje, juni tot oktober |
| Hoeveelheid per keer | Veel tegelijk | Handjevol per week |
| Vrucht | Vaak groter en zoeter | Kleiner, iets minder uitgesproken |
| Uitlopers | Veel, goed voor nieuwe planten | Weinig tot geen |
| Levensduur | Drie jaar | Twee jaar |
| Goed voor | Jam maken, invriezen, één groot feest | Elke week wat op je yoghurt |
Voor de meeste tuinen is de praktische keuze: neem van allebei. De junidragers geven je de grote oogst in juni, de doordragers houden het seizoen open tot in oktober.
Wanneer planten
Aardbeien worden verkocht als wortelgoed of als plant in een pot.
- Augustus tot half september: het beste moment. De plant wortelt in de warme grond, legt in het najaar zijn bloemknoppen aan en geeft het volgende voorjaar een volle oogst.
- Maart en april: kan ook. Je oogst dat eerste jaar minder, omdat de plant nog moet wortelen terwijl hij al zou moeten bloeien.
- In de winter: niet doen. Wortelgoed dat in koude natte grond ligt, slaat slecht aan.
Het najaar is dus het moment, en dat is precies het seizoen waarin niemand aan aardbeien denkt.
De plek
- Zes uur zon of meer. Minder licht betekent kleine, zure vruchten.
- Goed doorlatende grond. Aardbeien hebben een hekel aan natte voeten; op zware klei is een verhoogd bed beduidend beter.
- Niet waar aardappels, tomaten of aardbeien stonden. Die delen bodemschimmels. Houd vier jaar aan.
- Uit de wind, maar wel met luchtcirculatie. Stilstaande vochtige lucht tussen het blad geeft schimmel op de vruchten.
Werk vóór het planten ruim compost door de grond. Aardbeien staan er jaren, dus dit is je enige kans om de bodem goed te krijgen.
Planten: de diepte luistert nauw
Er is één fout die vrijwel iedereen maakt, en hij kost je de plant.
Het hart van de plant moet precies op grondniveau staan. Dat hart is het groeipunt waar de nieuwe bladeren uit komen.
- Te diep geplant: het hart rot weg. De plant gaat dood.
- Te ondiep: de wortels drogen uit en de plant blijft kwakkelen.
- Precies goed: de wortels helemaal onder de grond, het kroontje er net bovenop.
Spreid bij wortelgoed de wortels uit in het plantgat en laat ze niet omkrullen. Aandrukken en ruim water geven.
Plantafstand: 30 centimeter in de rij, 40 tot 50 centimeter tussen de rijen. Dat lijkt ruim bij zo’n klein plantje en het is in juni precies genoeg.
Stro: niet voor de sier
De Engelse naam strawberry komt er niet voor niets vandaan. Een laag stro onder de planten doet drie dingen tegelijk:
- Houdt de vruchten van de grond, en daarmee schoon en vrij van rot.
- Voorkomt opspattende grond bij regen, wat de belangrijkste route is voor schimmel op de vruchten.
- Houdt vocht vast en onderdrukt onkruid.
Leg het zodra de eerste bloemen zijn uitgebloeid en er vruchtjes verschijnen, niet eerder: te vroeg stro houdt de grond koud in het voorjaar. Haal het na de oogst weg, want daar schuilen slakken in.


Water en voeding
Aardbeien hebben ondiepe wortels en drogen daardoor snel uit. Geef water bij de voet en niet over de vruchten of het blad, want nat blad en natte vruchten geven grijze schimmel.
De kritieke periode is vanaf de bloei tot de oogst: droogte in die weken betekent kleine vruchten. Daarna mag het droger.
Voeding: een gift compost in het voorjaar is meestal genoeg. Geef geen stikstofrijke mest, want dan krijg je een indrukwekkende bladmassa en weinig aardbeien. Wil je bijmesten, kies dan iets met veel kalium — hetzelfde spul als voor tomaten.
Na de oogst: het werk dat telt
Dit is de handeling die bepaalt hoe je oogst er volgend jaar uitziet, en ze wordt massaal overgeslagen.
Knip na de laatste pluk bij junidragers al het oude blad weg, tot een centimeter of vijf boven het hart. Laat het hart zelf en de nieuwe blaadjes staan.
De plant steekt zijn energie daarna in nieuwe bladeren en in de bloemknoppen voor volgend jaar, in plaats van in oud, vaak al beschimmeld blad. Ruim dat blad op en haal het stro weg.
Bij doordragers doe je dit niet: die zijn dan nog aan het produceren.
Wat er misgaat, en wat je eraan doet
Vogels. Veruit het grootste probleem, en ze zijn er eerder dan jij. Merels pikken een aardbei aan zodra er een rood blosje op zit. Een net over het bed werkt, mits het strak staat op bogen en niet op de planten ligt — anders raken vogels erin verstrikt. Gebruik fijnmazig net van hoogstens een centimeter.
Slakken. Vreten van onderaf een gat in de vrucht. Stro helpt maar is tegelijk hun schuilplaats, dus loop ’s avonds een ronde in de eerste weken. Zie slakken in de moestuin.
Grijze schimmel. Een grijs pluizig laagje op de vrucht, vooral na een natte week. Haal aangetaste vruchten meteen weg en gooi ze bij het restafval. Voorkomen doe je met ruimte tussen de planten, stro eronder en water bij de voet.
Witte, harde punten. Vaak slechte bestuiving door koud weer tijdens de bloei, soms een tekort. Niet ernstig; de vrucht is eetbaar.
Veel blad, weinig vruchten. Te veel stikstof, of planten die ouder zijn dan drie jaar. Bij dat eerste stop je met mesten; bij dat tweede vervang je ze.
Drie jaar, en dan opnieuw
Een aardbeiplant geeft het tweede jaar het meest, het derde jaar minder, en daarna wordt het weinig. Vervang ze dus om de drie jaar.
Dat hoeft niets te kosten: junidragers maken uitlopers, en daar groeien gratis nieuwe planten aan. Zet elk jaar een paar van de sterkste uitlopers op een nieuwe plek, dan schuif je je aardbeibed geleidelijk op en heb je altijd planten van verschillende leeftijd.
Twee vierkante meter, drie jaar
Erin: ongeveer 14 planten op 2 m², gekocht in augustus voor zo’n € 1,50 per stuk: € 21. Plus een baal stro van rond € 6 die twee seizoenen meegaat.
Eruit, per jaar: reken op 300 tot 500 gram per plant bij junidragers, dus 4 tot 7 kilo van dat bed. Drie jaar lang.
Vanaf jaar twee is het gratis: de uitlopers leveren de vervangers voor het volgende bed. Die € 21 betaal je dus één keer.
De vier dingen die het verschil maken
Plant in augustus in plaats van in het voorjaar. Zet het hart precies op grondniveau, niet dieper. Leg stro zodra de eerste vruchtjes er zijn. En knip na de oogst het oude blad weg. Die vier bepalen samen meer dan welk ras je kiest — en drie ervan kosten helemaal niets.
Meer lezen bij
- Voorkom een plaag, begin vandaag! — Milieu Centraal
Cristian Soto schrijft over tuinieren, moestuinen en klussen in en om het huis. Hij bouwt de rekenhulpen op deze site zelf en test elke berekening met echte maten uit zijn eigen tuin voordat die online gaat. Zijn uitgangspunt: uitleggen in gewone taal wat andere sites vaag laten.