Aardappelziekte herkennen en wat je eraan doet

Bruinzwarte vlekken op de bladeren, een witte waas aan de onderkant, en binnen een week staat het hele bed erbij alsof er vorst overheen is gegaan. Dat is de aardappelziekte, en in een Nederlandse zomer is het niet de vraag óf je hem tegenkomt maar wanneer.

Er is één ingreep die werkt en die moet je op tijd doen. Hieronder staat hoe je hem herkent, wat je doet, en welke andere klachten erop lijken maar iets anders zijn.

Zo herken je hem

  • Onregelmatige bruinzwarte vlekken op het blad, vaak beginnend aan de randen of de punt.
  • Een lichtgroene of gelige rand rond de vlek, de overgang naar gezond weefsel.
  • Een witte, donzige waas aan de ónderkant van het blad bij vochtig weer. Dit is het sluitende kenmerk; andere vlekkenziekten hebben dat niet.
  • Bruine strepen op de stengels.
  • Een typische geur van rottend loof als het ver gevorderd is.

Het gaat hard. Van de eerste vlek tot een volledig aangetast bed kan vijf tot tien dagen liggen bij warm, vochtig weer.

Wanneer hij komt

De schimmel heeft warmte én vocht nodig. De klassieke omstandigheden zijn een periode met temperaturen rond de 18 tot 22 graden, hoge luchtvochtigheid en bladeren die ’s nachts nat blijven.

In Nederland betekent dat in de praktijk: vanaf half juli, en eerder in een natte zomer. Dat is meteen het belangrijkste argument om vroege rassen te kiezen, zoals in vroege of late aardappelen staat — die zijn dan al binnen.

Wat je doet zodra je het ziet

Er bestaat geen middel dat een aangetaste plant geneest. Wat er is, is één ingreep, en die werkt alleen als je hem meteen doet.

Maai al het loof weg, tot vlak boven de grond. Niet alleen de zieke bladeren: alles.

De logica: de schimmel zit in het loof en spoelt met regen naar beneden, de grond in, naar de knollen. Haal je het loof weg, dan is er niets meer dat sporen aanvoert, en de knollen die al in de grond zitten blijven meestal gespaard.

  • Voer het loof af bij het restafval. Niet op de composthoop, want daar overleven de sporen.
  • Wacht daarna twee tot drie weken met rooien. De schil verhardt in die tijd en de sporen op de grond sterven af.
  • Rooi op een droge dag en laat de knollen een paar uur drogen.
  • Controleer elke knol. Bruine, ingezonken plekken die naar binnen doorlopen betekent besmet: die bewaar je niet.

Rooi je meteen na het maaien, dan haal je de knollen door een laag grond met verse sporen en besmet je ze alsnog.

Wat je vooraf kunt doen

Voorkomen kun je hem niet, vertragen wel.

  • Kies vroege rassen, of late rassen met vermelde tolerantie. Dat laatste staat op de zak en scheelt in de praktijk weken.
  • Ruim poten. Lucht tussen de planten laat het blad opdrogen. Dit is de reden dat de afstanden in hoe diep en op welke afstand ruimer zijn dan je op het oog nodig hebt.
  • Giet bij de voet, nooit over het loof. En in de ochtend, zodat wat er toch opspat overdag opdroogt.
  • Aanaarden. Een hoge rug betekent meer grond tussen het loof en de knollen, en dus een langere weg voor de sporen.
  • Vruchtwisseling van drie tot vier jaar, en tomaten tellen mee. Die krijgen dezelfde ziekte.
  • Ruim achtergebleven knollen op. Een vergeten aardappel die in het voorjaar uitloopt, is vaak de eerste besmettingshaard van het seizoen.
Larven van de coloradokever op een aardappelblad
Vraatschade in plaats van vlekken betekent coloradokever, geen ziekte. Bij een paar planten raap je die er met de hand af en dat is genoeg.

Drie klachten die erop lijken

Alternaria, de vroege vlekkenziekte. Ronde bruine vlekken met concentrische ringen erin, als een schietschijf, meestal eerst op de oudste onderste bladeren. Gaat veel trager en is minder ernstig. Geen witte waas aan de onderkant.

Kaligebrek. Gele tot bruine randen rond het hele blad, gelijkmatig, zonder vlekken in het midden. Dit is voeding en geen ziekte; een kaliumrijke mest lost het op.

Coloradokever. Hier zie je vraatschade en geen vlekken: opgegeten bladeren, en oranjerode larven met zwarte stippen op de nerven. Die raap je er met de hand af, en dat is voldoende bij een paar planten.

Twijfel je, draai dan een blad om bij vochtig weer. Die witte donzige waas is het enige kenmerk dat exclusief bij de aardappelziekte hoort.

Aardappels met aarde eraan, net uit de grond

Bewaren na een besmet jaar

Knollen uit een bed dat de ziekte heeft gehad, kun je eten, maar bewaren is riskant. Eén besmette knol in een kist besmet in een paar weken de rest.

  • Sorteer bij het rooien streng. Elke knol met een bruine, ingezonken plek die bij doorsnijden naar binnen doorloopt, gaat weg.
  • Laat ze eerst een week apart liggen op een droge, luchtige plek voordat ze de kist in gaan. Besmetting die je bij het rooien niet zag, wordt in die week zichtbaar.
  • Controleer daarna elke twee weken. Bij twijfel eruit.
  • Bewaar geen enkele knol uit dat bed als pootgoed. Dan poot je de ziekte volgend jaar letterlijk terug de grond in.

De sporen overleven de winter in de grond en in achtergebleven knollen, en dat is de reden dat het opruimen van het bed na de oogst er echt toe doet.

Groene aardappels: een ander probleem

Knollen die aan het licht hebben gelegen worden groen en maken solanine aan. Dat is geen ziekte maar een reactie op licht, en het is wel een reden om ze niet te eten: groene delen wegsnijden volstaat niet als de hele knol groen is.

De oorzaak is vrijwel altijd te weinig aanaarden, of een knol die bij het rooien is blijven liggen. Bewaar geoogste aardappels daarom donker, en aard tijdens het seizoen twee keer goed aan.

Twee bedden, wel en niet op tijd gemaaid

Bed A, loof gemaaid binnen twee dagen na de eerste vlekken. Drie weken later gerooid: vrijwel de volledige oogst, knollen gezond, normaal te bewaren. De opbrengst ligt wat lager omdat het loof twee of drie weken eerder stopte met groeien.

Bed B, afgewacht om te zien of het meeviel. Na tien dagen was het loof weg en waren de sporen met de regen bij de knollen. Bij het rooien bleek een deel bruin en ingezonken, en wat er goed uitzag ging in de kist alsnog rotten.

Het verschil is niet het middel dat de een gebruikte en de ander niet. Het is acht dagen.

De beslissing die telt

Kijk vanaf half juli om de paar dagen naar de onderkant van het blad. Zie je die witte waas, maai dan dezelfde week al het loof weg en voer het af. Wacht drie weken en rooi op een droge dag. Alles wat je daarna nog leest over middelen en bespuitingen verandert niets meer aan de uitkomst — de oogst is op het moment van maaien al gered of al verloren.

Meer lezen bij

Cristian Soto
Geschreven door
Cristian Soto

Cristian Soto schrijft over tuinieren, moestuinen en klussen in en om het huis. Hij bouwt de rekenhulpen op deze site zelf en test elke berekening met echte maten uit zijn eigen tuin voordat die online gaat. Zijn uitgangspunt: uitleggen in gewone taal wat andere sites vaag laten.

Plaats een reactie