Aardappelen poten: hoe diep en op welke afstand

Te ondiep poten kost je opbrengst, want er is minder stengel waar knollen aan kunnen groeien. Te dicht op elkaar poten kost je ook opbrengst, want dan concurreren de planten om water en ruimte en krijg je veel kleine knollen. De maten hieronder zijn daarom geen detail maar de belangrijkste beslissing die je bij het poten neemt.

Hoeveel planten passen er in je border?

Bereken het aantal planten op basis van de aanbevolen plantafstand.

—
Oppervlakte—
Bij verspringend planten—
Verspringend planten (in driehoeksverband) geeft een voller resultaat en past meer planten op dezelfde oppervlakte.

De maten in één tabel

VroegMiddelvroegLaat
Pootdiepte10 cm12 cm12 tot 15 cm
In de rij30 cm33 cm35 tot 40 cm
Tussen de rijen60 cm65 cm70 tot 75 cm
Knollen per m²5 à 64 à 53 à 4

De logica erachter: een laat ras staat vier maanden in de grond en maakt een forse plant met veel knollen. Een vroeg ras is na tien weken klaar, blijft kleiner en mag dus dichter.

Waarom die diepte er zo toe doet

Een aardappel vormt zijn knollen niet aan de wortels maar aan uitlopers langs de stengel, boven de moederknol. Alles wat van die stengel onder de grond zit, kan knollen dragen; alles wat erboven uitsteekt, maakt blad.

Daarmee is de rekensom simpel: meer stengel onder de grond is meer knollen. En dat verklaart meteen waarom aanaarden geen bijzaak is maar de helft van het werk.

Poot je maar vijf centimeter diep, dan heb je een korte ondergrondse stengel én een groot risico dat knollen aan het licht komen en groen worden. Poot je dertig centimeter diep, dan kost het de plant te veel energie om boven te komen en loopt hij achter.

Tien tot vijftien centimeter is de marge, en binnen die marge geldt: op zandgrond aan de diepe kant, want die droogt sneller uit; op zware klei aan de ondiepe kant, want die is kouder en natter.

Aanaarden telt mee als diepte

Dit is het onderdeel dat de meeste mensen onderschatten. Je poot op twaalf centimeter, maar door twee keer aan te aarden komt de stengel uiteindelijk op twintig tot vijfentwintig centimeter onder de grond te zitten.

  • Eerste keer: loof 20 à 25 cm hoog. Trek er aarde tegenaan tot er nog 10 cm uitsteekt.
  • Tweede keer: twee tot drie weken later, nog eens 10 cm.
  • Resultaat: een rug van 20 tot 25 cm hoog waar de knollen in zitten.

Daarom is de ruimte tussen de rijen ruimer dan je op het oog nodig hebt: die aarde moet ergens vandaan komen. Zestig tot vijfenzeventig centimeter is niet de ruimte die de plant nodig heeft, maar de ruimte die je nodig hebt om aan te aarden.

Aardappelrug die met een schoffel wordt aangeaard
Twee keer aanaarden brengt de stengel op twintig tot vijfentwintig centimeter onder de grond. Daarom staan de rijen zo ruim: die aarde moet ergens vandaan komen.

In rijen of in een verhoogd bed

In rijen op de volle grond is de klassieke manier en de beste bij meer dan een paar planten. Trek een geul van tien centimeter, leg de knollen erin, dek af. De aarde voor het aanaarden haal je van tussen de rijen.

In een verhoogd bed kun je dichter poten, ongeveer 30 bij 40 centimeter in een verspringend patroon, omdat je de losse grond beter benut. Je moet dan wel aanaarden met aangevoerde grond of compost, want er is geen ruimte tussen de rijen om vandaan te scheppen. Hoeveel er in je bak gaat reken je uit met hoeveel grond voor een moestuinbak.

Onder stro is een derde manier: leg de knollen op de grond en dek af met twintig centimeter stro, dat je gaandeweg aanvult. Geen graafwerk, makkelijk oogsten, en de opbrengst ligt wat lager dan bij de gewone methode.

Geul of plantgat, en met welk gereedschap

Twee werkwijzen, en welke handiger is hangt af van hoeveel je poot.

Een geul trekken. Bij meer dan tien planten veruit het snelst. Trek met een schoffel of de punt van een schop een voor van tien tot vijftien centimeter diep over de hele lengte, leg alle knollen erin op de juiste afstand, en sluit de voor in één beweging. Je meet dan één keer in plaats van vijftien keer.

Losse plantgaten. Handiger bij een paar planten, in een verhoogd bed, of tussen andere gewassen. Een pootijzer of een smalle schep is genoeg.

Gereedschap dat het werk merkbaar makkelijker maakt:

  • Een touw tussen twee stokken om de rij recht te houden. Klinkt overbodig, maar een kromme rij aanaarden is beduidend lastiger.
  • Een stok met markeringen op 30 en 40 cm. Scheelt bukken en meetlint.
  • Een schoffel met een brede bek voor het aanaarden. Dat is de handeling die je twee keer doet en waar je de meeste tijd in steekt. Zie tuingereedschap voor beginners.

Druk de knol nooit in de grond in plaats van een gat te maken. Dan verdicht je de aarde er direct onder, en daar moeten juist de wortels doorheen.

Aardappels met aarde eraan, net uit de grond

Hoeveel pootgoed heb je nodig?

Reken met het aantal knollen per vierkante meter uit de tabel, en met ongeveer 20 knollen per kilo pootgoed bij een gangbare maat.

BedVroegLaat
2 m²ca. 11 knollen, 0,5 kgca. 7 knollen, 0,4 kg
4 m²ca. 22 knollen, 1,1 kgca. 14 knollen, 0,7 kg
10 m²ca. 55 knollen, 2,8 kgca. 35 knollen, 1,8 kg

Koop liever iets te veel dan te weinig: pootgoed dat overblijft kun je opeten, en halverwege bijkopen betekent een ander ras op hetzelfde bed en dus een andere oogstdatum.

Doorsnijden: wanneer wel en niet

Grote knollen kun je halveren om meer planten uit een kilo te halen. Het werkt, met drie voorwaarden:

  • Minstens twee oogjes per stuk. Eén oog is te riskant.
  • Snijvlak een dag laten drogen op een luchtige plek, zodat er een korstje op komt. Meteen poten betekent rotten.
  • Niet bij nat, koud weer. Onder die omstandigheden is een hele knol veiliger.

Bij kleine knollen, de maat die meestal als pootgoed wordt verkocht, doe je dit niet. Die gaan heel de grond in.

Wat je met de afstand wint of verliest

Dichter poten geeft meer planten per vierkante meter maar kleinere knollen. Ruimer poten geeft minder planten met grotere knollen. Het totaalgewicht verschilt minder dan je zou denken; wat verschilt is de maat van wat je eruit haalt.

Dat is dus een keuze en geen fout:

Krieltjes en vroege aardappels: dichter poten, 25 tot 30 centimeter. Je wilt veel kleine.

Bakaardappels en late rassen: ruimer poten, 40 centimeter. Je wilt grote knollen die bewaren.

Een rij van vier meter, twee manieren

Op 30 cm: 13 planten. Bij ongeveer 0,8 kilo per plant is dat ruim 10 kilo, met overwegend kleine tot middelgrote knollen.

Op 40 cm: 10 planten. Bij ongeveer 1,1 kilo per plant is dat 11 kilo, met duidelijk grotere knollen.

Het gewicht scheelt dus nauwelijks, terwijl je drie knollen minder pootgoed nodig had. Ruimer poten is bij late rassen daarom bijna altijd de betere keuze, en dat is precies het tegenovergestelde van wat mensen doen als ze een bed vol willen krijgen.

De maten die je onthoudt

Twaalf centimeter diep, dertig centimeter in de rij voor vroege en veertig voor late, en zeventig tussen de rijen zodat je kunt aanaarden. Twee keer aanaarden tot een rug van twintig centimeter. En reken op vier à vijf knollen per vierkante meter: dat is minder dan het oog zegt, en het levert meer op.

Meer lezen bij

Cristian Soto
Geschreven door
Cristian Soto

Cristian Soto schrijft over tuinieren, moestuinen en klussen in en om het huis. Hij bouwt de rekenhulpen op deze site zelf en test elke berekening met echte maten uit zijn eigen tuin voordat die online gaat. Zijn uitgangspunt: uitleggen in gewone taal wat andere sites vaag laten.

Plaats een reactie