Gele, ronde en mini courgettes: welke kies je?

In het zaadrek liggen groene, gele, gestreepte en ronde courgettes naast elkaar, en op de zakjes staat over het verschil meestal weinig bruikbaars. De teelt is voor alle vier vrijwel identiek. Waar ze wél in verschillen is de ruimte die ze vragen, hoe goed je de vruchten ziet zitten, en of ze in een pot passen.

Groen, geel of gestreept: smaakt dat anders?

Nauwelijks. Blind geproefd is het verschil tussen een groene en een gele courgette van dezelfde grootte klein; de gele wordt vaak iets zachter en milder genoemd, en dat is ongeveer alles.

Het praktische verschil is een ander, en het is groter dan je zou denken: een gele courgette zie je hangen. Groene vruchten verdwijnen tussen groen blad, en juist daar ontstaat het probleem dat er eentje wordt overgeslagen en uitgroeit tot een knots. Zodra dat gebeurt, stopt de plant met nieuwe vruchten aanleggen.

KleurLet op
DonkergroenDe standaard. Stevigst van schil, bewaart het langst
GeelZichtbaar tussen het blad. Schil is dunner en kwetsbaarder
Lichtgroen tot witMildere smaak, vaak iets vroeger
GestreeptVooral decoratief; de tekening op het blad is bij deze rassen normaal

Dat laatste is het noemen waard: bij veel gestreepte rassen hoort ook zilverwitte tekening op de bladeren. Dat is geen meeldauw, al wordt het er voortdurend voor aangezien. Hoe je de twee uit elkaar houdt staat in meeldauw op courgette.

Ronde courgettes

Deze verdienen meer aandacht dan ze krijgen. Ronde rassen leveren vruchten ter grootte van een tennisbal tot een sinaasappel, en ze hebben twee praktische voordelen.

De plant blijft compacter. Waar een gewone courgette een vierkante meter opeist, komt een ronde vaak weg met zeventig bij zeventig centimeter. Dat maakt hem de beste keuze voor een kleine moestuin.

Je kunt ze vullen. Uithollen en vullen is met een ronde vrucht een fatsoenlijk gerecht in plaats van een gepuzzel.

Het nadeel: je moet ze op tijd oogsten. Een ronde courgette die te groot wordt, is sneller waterig dan een langwerpige, en je ziet het aan de buitenkant minder goed aankomen. Oogst bij acht tot tien centimeter doorsnee.

Ronde courgette ter grootte van een sinaasappel aan de plant, tussen het blad
Oogst een ronde courgette bij acht tot tien centimeter doorsnee. Groter wordt hij sneller waterig dan een langwerpige, en dat zie je aan de buitenkant niet aankomen.

Mini en snackcourgettes

Dit is geen apart ras maar vooral een oogstmoment: de meeste courgettes zijn als mini te oogsten bij tien tot twaalf centimeter. Er bestaan wel rassen die daar speciaal op geselecteerd zijn en die kleiner blijven met dunnere schil.

Vroeger oogsten betekent meer vruchten per plant, want de plant blijft aanleggen zolang er niets uitgroeit. Reken op twee keer zoveel stuks, bij ongeveer hetzelfde totaalgewicht. En op twee keer zo vaak langslopen, want bij deze maat is om de dag kijken echt nodig.

Struik of rank: dit bepaalt je ruimte

Belangrijker dan kleur of vorm. Struikvormende rassen groeien vanuit één punt en blijven ongeveer waar je ze zet. Rankende maken lange ranken en kunnen twee meter omhoog, mits je ze opbindt.

Het merendeel van wat in Nederlandse tuincentra ligt is struikvormend, en op het zakje staat het zelden expliciet. Waar je dan wél op let, en hoe je zo n plant opbindt, staat in courgette in de hoogte kweken.

Welke het beste in een pot doet

Voor een pot of balkon is de volgorde duidelijk:

  • Een rond ras, struikvormend. Compacte plant, vruchten die je ziet, en de wortels hoeven minder ver.
  • Een geel ras. Op een balkon met veel blad in een kleine ruimte is zichtbaarheid pure winst.
  • Niet: een rankend ras zonder steun. Dat wordt een plant die over de balustrade hangt en bij de eerste windvlaag afknapt.

Ongeacht het ras blijft dertig liter de ondergrens, zoals in courgette in een pot staat uitgerekend.

Een gele en een groene ronde courgette naast elkaar op een houten tuintafel

Wat er op het zakje staat en wat het betekent

De terminologie op zaadzakjes is niet gestandaardiseerd, maar deze woorden kom je steeds tegen.

Op het zakjeWat je eraan hebt
Plantafstand 80-100 cmStruikvormend. De betrouwbaarste aanwijzing die er is
Klimmend, rankend, voor een rekRankend. Kan twee meter omhoog
MeeldauwtolerantKrijgt het later, niet nooit. Scheelt in de praktijk twee tot drie weken
VroegEerste oogst na circa 45 dagen in plaats van 55
Compact of voor pot en balkonBlijft kleiner. Meestal ronde of struikvormende rassen
ZelfbestuivendZeldzaam bij courgette en zelden helemaal waar. Reken op handwerk

Wat er níet op staat is hoeveel vruchten je krijgt, en dat is maar goed ook: dat hangt veel meer af van je grond, je gietritme en je standplaats dan van het ras.

Hoeveel dagen tot de eerste oogst

Op veel zakjes staat een aantal dagen. Let op wat er precies geteld wordt, want dat verschilt per leverancier: soms vanaf zaaien, soms vanaf uitplanten. Bij courgette scheelt dat zo n drie weken.

  • Vanaf zaaien: reken op 50 tot 60 dagen tot de eerste vrucht.
  • Vanaf uitplanten: 35 tot 45 dagen.
  • Een vroeg ras scheelt daar ongeveer een week op, geen maand.

Zaai je half april binnen voor, dan oogst je begin juli. Dat geldt voor vrijwel elk ras in dit stuk; de verschillen tussen rassen zijn kleiner dan het verschil tussen een goed en een slecht voorjaar.

F1 of zaadvast

Achter veel rasnamen staat F1. Dat is een eerste kruising tussen twee zuivere lijnen: de planten zijn uniform, krachtig en vaak beter bestand tegen meeldauw. Daar betaal je voor, en het is meestal waar.

Een zaadvaste variëteit is minder uniform maar geeft zaad dat volgend jaar planten oplevert die op hun ouders lijken. Wil je zelf zaad winnen, dan is dit de enige zinnige keuze — met alle mitsen die in zelf courgettezaad winnen staan.

Voor wie gewoon courgettes wil eten: neem F1 en koop elk jaar een zakje. Voor € 2,50 dat drie seizoenen meegaat, is dat geen discussie waard.

Wat drie rassen in hetzelfde bed doen

Zet je in een bed van drie vierkante meter drie verschillende planten, dan krijg je in een gemiddeld seizoen zoiets als dit:

  • Groen, struikvormend: 1 m², ongeveer 18 vruchten van 20 cm.
  • Geel, struikvormend: 1 m², ongeveer 16 vruchten, en je slaat er geen één over.
  • Rond: 0,5 m², ongeveer 20 vruchten van 9 cm doorsnee.

Samen ruim vijftig stuks, en er blijft een halve vierkante meter over voor sla. Drie zakjes zaad kosten € 7,50 en gaan alle drie drie seizoenen mee.

Waar je op let als je voor het rek staat

Kleur kiest je op zicht en niet op smaak, want dat verschil is er nauwelijks. Neem geel als je geneigd bent vruchten over het hoofd te zien, rond als je krap zit, en let vooral op of er struikvormend of rankend staat — dat bepaalt of je een vierkante meter of dertig centimeter nodig hebt. De rest is grotendeels marketing op een zakje van twee vijftig.

Meer lezen bij

Cristian Soto
Geschreven door
Cristian Soto

Cristian Soto schrijft over tuinieren, moestuinen en klussen in en om het huis. Hij bouwt de rekenhulpen op deze site zelf en test elke berekening met echte maten uit zijn eigen tuin voordat die online gaat. Zijn uitgangspunt: uitleggen in gewone taal wat andere sites vaag laten.

Plaats een reactie